Search This Blog

Monday, March 17, 2008

Het maatschappelijke belang van disco

De opbloei van disco hoort bij de zomerperiode die van 1971 tot 1977 het culturele land-schap kleurt, hoewel er al lang voor die tijd sprake is van discotheken. In Frankrijk worden al tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste platen (disques) bijeengebracht (‘bibliotheque’) door clubeigenaars, zodat mensen ze in bars kunnen aanvragen. In 1965 opent Sybil Burton, die net haar man Richard kwijt geraakt is aan Elizabeth Taylor, in New York ‘Arthur’. De wereld is er dan nog een van drie-minuten singles en Arthur-DJ Terry Noel irriteert zich aan het feit dat de dansvloer bij een hit direct volstroomt, maar aan het einde van het nummer, als hij een andere plaat op moet leggen, weer net zo hard leegstroomt. Met twee platenspelers weet hij dit fenomeen te stoppen: hij elimineert de pauze. Een culturele mijlpaal is bereikt.
De echte discosound komt pas later en bepaalt de essentie van het succes van disco als het meest democratische muziekgenre aller tijden. Die democratiserende bijdrage kan nauwelijks onderschat worden en werkt op drie niveaus. Disco gebruikt het gestaalde patroon van de militaire mars, een rigide 4/4 beat, waarbij nieuwe techniek helpt: de synthesizer en de drummachine doen hun intrede. Het nummer ‘Law of the Land’ van The Temptations (1973) wordt genoemd als eerste voorbeeld van het straffe discoritme. Producer Norman Whitfield vult de ruimte tussen de drumslagen niet langer op, waardoor de beat veel geprononceerder wordt dan in eerdere soulnummers. Het marstempo maakt het dansen eenvoudiger en dus ook toegankelijk voor mindere dansers, die de oude soulplaten op de dansvloer nog ontwijken. Door de regelmatigheid van de beat kunnen de platen tevens makkelijker aan elkaar gemixt worden. Dat heeft verstrekkende gevolgen: er ontstaat een natuurlijke verschuiving, van de individuele artiest op een single naar de disc jockey en de dansers. En door die nieuwe nadruk op de danser en zijn stijl op de dansvloer, zorgt disco nog eens voor een culturele revolutie, die vooral vanuit minderheidsgroepen wordt aangestuurd: zwarten en homo’s zijn de eerste helden van de disco.
Disco’s zijn in eerste instantie een vrijplaats. Een niemandsland waar kerk, staat en familie geen enkele zeggingskracht meer hebben. Sly Stone zingt het voor het eerst in 1970: Everybody is a star. Die boodschap slaat aan bij groepen die in de voorgaande lenteperiode voor het eerst aan hun maatschappelijke vrijheden hebben geroken. Chic’s Neil Rodgers over disco: The music was the reflection of society. The protesters joined forces: it was the Black Power movement with the gay power movement with the women power movement. We were all out there protesting together. And when that ended, it masqueraded as liberation for everybody. It masqueraded as ‘Whoah, we did it. Guess what, we’re equal.’ So what happens? You celebrate. And that’s all that happened. In the middle seventies, we started celebrating the victories. Back in my hippy days, we talked about freedom and individuality, and it was all bullshit. The fact is, you could tell a hippy a mile away. We conformed to our non-conformity. As the celebratory phase of the struggle, disco really was about individuality. And the freakier, the better.’
Daarmee markeert disco zijn plaats binnen de culturele ontwikkelingen. Waar in de lente-periode eind jaren zestig vrijheid nog vooral in groepen werd gevierd, en glamrock, erg populair in het begin van de zomerperiode, nog vooral een witte-mannen vertaling van individuele vrijheid en de bijbehorende extravagantie is, gooit disco vanaf 1974 de deuren richting individuele revolutie pas echt open. Disco is het vieren van de individuele bevrijding, het vieren van een totaal gebrek aan vaste maatschappelijke normen, die de buitenwereld bepalen. Alles mag en alles kan, hoe gekker je eruit ziet hoe beter, als je je mannetje maar staat op de dansvloer. In clubs als Studio 54 scholen ‘de freaks’ samen, onder het toeziend oog van coke-snuivende en champagne-drinkende celebrities: de zeventigjarige dansvloerdiva Disco Sally bijvoorbeeld en Rollerena, die overdag op Wall Street werkt en ‘s nachts in travestie de dansvloer betreedt op rollerskates, in een trouwjurk met een button erop: ‘How Dare You Presume I’m Heterosexual’. Andere disco’s hebben enorme spiegels en videoschermen aan de muur hangen, waarop de dansers zichzelf direct terug kunnen zien; de ster in hun eigen discofilm. En dan moet ‘Saturday Night Fever’ nog komen. De individuele revolutie van de jaren zeventig wordt ingezet met disco: de discobol, de muziek, de andere dansers, ze draaien allemaal om mij en voor mij. Het naïeve utopisme van de jaren zestig is overboord gegooid, maar de radicaal nieuwe houding ten opzichte van ras, sexe en geaardheid blijft hangen en floreert het meest duidelijk op de dansvloer.

Wednesday, March 5, 2008

Zoekplaatje: beeldrijm


Gejuich bij een aangekondigde brand in junk-hostel. Bewoners uit Kruiskamp hadden geen zin in een daklozenopvang in hun buurt.

Grote Moslim demonstratie tegen nog niet vertoonde Nederlandse film van Wilders. Vlag verbrand.

Thursday, February 21, 2008

boeren en helden

Het televisieprogramma 'Boer zoekt vrouw' lijkt eindelijk over zijn hoogtepunt te zijn: de laatste week daalden de kijkcijfers. De stugge, simpele en dus overzichtelijke werkelijkheid die ze uitstralen past bij de winterperiode, schreef ik al eens, net als de westernheld. En dus de ouderwetse actieheld. De Volkskrant schrijft er vandaag over: Hollywood omarmt de sterren opnieuw die in het Reagan-tijdperk ook al de bioscoop domineerden. Rocky is al teruggekomen, John Rambo volgt hem nu, Bruces Willis heeft een succesvolle Die Hard nummer-4 gemaakt en ook Harrison Ford gaat nog een keer Indiana Jones doen. De sterke man, die misschien wat stug en autistisch is en niet zo goed mee kan met de moderne tijd, kan ons wel redden van alle kwaad. Dat lukte in die winterperiode van 1983-1988, dat lijkt nu ook weer redelijk te lukken. Weg met de onzekerheid van de moderne relatie, op individueel en op wereldniveau. Niks snelle jongens in zakenpak die met computers overal binnenkomen (Mission Impossible), gewoon mannen met een 'gun en een grunt', die de daad bij het woord voegen. Wij Nederlanders kiezen dan eerder voor de hooivork. Dat is toch meer de Hollandse manier dan een stengun. Maar het blijft een winterse gevoelsuiting.

Monday, February 11, 2008

van mestkar naar drachten

Als je een boek over de tijdgeest schrijft, dan word je regelmatig gevraagd wat je van gebeurtenissen vindt. Vooral de parallellen tussen periodes met dezelfde winterse tijdgeest zijn dan interessant. De beelden van mensen in Drachten die allemaal voor een huis groepeerden en taxi's aanhielden waarin ze Joran van der Sloot vermoedden, deden me bijvoorbeeld sterk denken aan 'de Staphorster affaire' uit 1960, ook in een winterse tijdgeest. Toen sleepten jongeren een overspelig stel uit hun respectievelijke huizen en reden ze op een mestkar door het dorp, uitgejoeld door alle bewoners. (En zo'n volksgericht was heus in 1960 ook al een archaische gebeurtenis). En wat lees ik in de krant van zaterdag? "Ik had het idee dat ik naar een nationaal volksgericht zat te kijken", zegt sociaal psycholoog Hans Boutellier, over de uitzending van PR de Vries. "Er bestaat een enorme behoefte aan morele ijkpunten. Met z'n allen, met zeven miljoen mensen, hebben we kunnen praten over de dingen die we afwijzen. Dankzij Joran kunnen we onze eigen morele superioriteit bevestigen."
Ook de socioloog Cas Wouters spreekt zich uit: "Nederland is altijd een domineeslandje geweest, maar de laatste tijd wordt het vingertje wel erg vaak geheven. Aan moraliseren ontkomt niemand. Je neemt waar wat je goed en kwaad vindt. Maar bij het checken van dat gevoel, daar begint de beschaving. Als je voortdurend op al te hoge toon moraliseert, houd je het hoofd niet koel. Dan roep je dat je andermans kop van zijn romp trekt."

Moraliseren is een favoriete bezigheid in de winterse tijdgeest. Dus ja, ook de uitzending van de Vries is weer een mooi voorbeeld van een winterse hype.

Monday, January 28, 2008

banksy als nieuwe warhol?

Soms komen de elementen voor mijn boek gewoon uit de lucht vallen. Vergelijkingen tussen de seizoenen van de tijdgeest, bijvoorbeeld. Een paar keer heb ik al geschreven over Pop Art, dat gedurende de winterse tijdgeest tussen 1960 en 1966 sterk opkwam en de relatie die je kunt trekken met bijvoorbeeld Jef Koons, die zijn hoogtijdagen had tijdens de volgende winterse tijdgeest, tussen 1983 en 1989. Ik zei al dat ik op zoek zou gaan naar een vergelijking met onze huidige winterse tijdgeest, de derde in 50 jaar. Sta ik in de keuken, hoor ik ineens op de televisie spreken over de nieuwe hype in de Londense kunstscene: Urban Artists zoals Banksy, die hun inspiratie uit het dagelijkse leven halen. En ja hoor, ook de vergelijking met jaren tachtig artiesten als Keith Haring en Pop Art icoon Andy Warhol wordt direct getrokken. Mooi. Je zou bijna willen dat Banksy (zie http://www.dailymotion.com/video/x3t0br_banksy-urban-art_street) groter dan groot zou worden. Alleen al omdat dat zo mooi in mijn theorie past. In ieder geval vind ik veel van zijn werk interessant. Wordt hij de icoon van de winterse tijdgeest binnen de kunstwereld?

Sunday, January 20, 2008

Winters weekend vol weltevredenheid

Gisteren naar de opening van de Fashion Week geweest, waar wethouder Cultuur van Amsterdam Carolien Gehrels een speech hield. Ze legde uit waarom Amsterdam investeert in jonge ontwerpers in de binnenstad en gebruikte daarbij de zin 'cultuur groeit nu eenmaal het beste daar waar het ook ontstaan is.' Heb haar na afloop gecomplimenteerd en gevraagd of meer beleid op deze gedachte gebaseerd wordt. Ze zou wat informatie opsturen. Mooi. In ieder geval voldoet de gemeente Amsterdam helemaal aan de vraag van de tijdgeest. In deze winter-tijdgeest gaat het erom de wortels te versterken, een nieuwe basis te vinden en van daaruit nieuwe ontwikkelingen een kans te geven. Amsterdam doet dat door louche ondernemers te weren van de wallen (nieuwe, 'gezondere' basis te creeren) en jonge ontwerpers de mogelijkheid te bieden de opengevallen ruimte in te nemen. Ik vind het wel mooi. De wallen als broedplaats, waar mooie experimenten uit voort gaan komen, de komende lente. Er stonden voldoende jonge ontwerpers te trappelen, in ieder geval, bij deze opening.
In de Volkskrant van gisteren een mooi artikel van Gabriel van den Brink, de professor aan de Universiteit van Tilburg, die ik heb gesproken een paar weken geleden. Hij ziet al een kleine omslag in de tijdgeest (gelukkig maar, daar hadden wij het al over gehad, waarin meer optimisme ruimte krijgt) en pleit ook al, heel winters, voor de morele dimensie van het bestaan. Begrippen als verdraagzaamheid, openheid en diversiteit zijn zo sleets geworden dat ze meer kwaad doen dan goed, meent van den Brink. Dus de taak voor de elite-denkers om een moraal voor Nederland opnieuw vorm te geven. En dat is wel de mooiste winterse opdracht: een gezamenlijke basis leggen waarop we allemaal weer kunnen floreren, de komende jaren. Ik ben tevreden over dit weekend.

Sunday, January 13, 2008

Hillary's warming up to Barack's 'Springtime'

Every now and then I get an email from someone stating he still doesn't understand my theory of the seasonality of cultural timeframes at all. That's good. I mean, if it could be explained in a few blog entries, why write a book at all? You should buy the book when it comes out. Then it'll be clear as can be. But there is a nice example of how timeframes change. We're in a winter timeframe right now, as I've mentioned often (reflection, values and national identity discussions, need for togetherness and a search for the largest common denominator). But look at the presidential elections in America! Someone asked me a few months ago whether I thought Hillary would stand a chance. I said 'if there will be a touch of spring in the air she might win', meaning that the winter timeframe will change into a spring timeframe, helping change and giving 'new' ideas like a female president a chance. What did I know of Barack Obama? Not much at that point. But listen to his one key-word in his campaign: CHANGE. What's needed for a 'seasonal' change in the spirit of the times is a latent need for change and a few convincing icons promoting it. So America is warming to change. Mark my words. Spring will be in the air soon enough. And it might turn out to be a spring that warms to more than a female president. If it really catches on, we might as well prepare for a black president. Either way, a big improvement.