Search This Blog

Wednesday, September 5, 2007

Kniesmeijer article

And here's the article. Much too long to publish and probably to read on the net, but here it is, in all its glory..

De politiek is een seizoensbedrijf.

“Nederland is de laatste tijd energiek op zoek naar de ankers van het eigen verleden en de legitimatie van het eigen bestaan”, schrijft de Volkskrant van 30 augustus, in een artikel over de canon van meest indrukwekkende beelden die het tv-programma EenVandaag samenstelt. Eerder al leidde deze zoektocht tot de Nederlandse Canon en de Grootste Nederlander Aller Tijden-verkiezing. Het huidige kabinet heeft het opnieuw verankeren van het fatsoen in het maatschappelijke verkeer tot belangrijke doelstelling verheven. Het referentiepunt voor de zoektocht naar ankers ligt bij de jaren vijftig van de vorige eeuw, die in veel politieke discussies terugkomen.
Het is niet de eerste keer dat we teruggrijpen op die jaren, althans op het rooskleurige beeld dat we daarvan gevormd hebben: aangeharkte tuintjes, tevreden mensen en duidelijke normen en waarden. Saai misschien, maar wel eenduidig. Ook in de jaren tachtig speelde eenzelfde nostalgisch droombeeld een grote rol in de maatschappelijke beleving. Denk aan het legendarische televisiespotje waarmee Levis zijn marktleiderschap verankerde: een jaren vijftig wasserette met muziek van Marvin Gaye. Dat Nederland halverwege de jaren tachtig sterk behoefte had aan een dergelijke positieve reflectie op het verleden, wordt toegeschreven aan een aantal jaren van onrust en polarisatie. Krakers zorgden begin jaren tachtig voor slijtageslagen met de politie en rookbommen bij de kroning van Beatrix, honderdduizenden demonstreerden tegen kernwapens en het kabinet Van Agt-2 (PvdA, D’66, CDA) viel al na 260 dagen, waarin de partijen elkaar het leven volkomen zuur hebben gemaakt, uit elkaar.
Ik zie frappante overeenkomsten met de huidige nostalgische normen en waarden-discussie. Ook nu weer hebben we tumultueuze jaren achter de rug, weliswaar zonder krakers, maar wel met de opkomst van Pim Fortuyn en veel maatschappelijke onrust, compleet met een vechtend over straat rollend kabinet Balkenende-1 (CDA, LPF, VVD).
Een ander voorbeeld: een PvdA leider laat de pers weten dat de ‘cultuur van vluchtigheid’ moet plaatsmaken voor een denken over ‘nieuwe sociale verbanden. De duurzaamheid van een aantal sociale verbanden is verdwenen zonder dat hiervoor iets in de plaats is gekomen.’ Het zouden recente uitspraken van Wouter Bos kunnen zijn, maar het zijn woorden die Marjanne Sint, destijds PvdA voorzitter, gebruikte in een Volkskrant-artikel uit 1988.
De tijdgeest lijkt een cyclus te doorlopen, waarbij onderwerpen na verloop van tijd terugkeren op de maatschappelijke agenda. Na een analyse van de elkaar opvolgende tijdgeesten van de afgelopen vijftig jaar kom ik tot de conclusie dat er inderdaad een culturele seizoenscyclus bestaat, met een patroon analoog aan de natuurlijke seizoenen.
De natuurlijke seizoenen hebben een logische volgorde. In de winter trekt de natuur zich terug in haar wortels, waar zich de fundamentele overlevingskracht bevindt. Daar wordt de basis gelegd voor een nieuwe cyclus, die begint met de lente, waarin alles uitbot en openbreekt. In de zomer worden de vruchten voldragen en is er sprake van grote rijkdom aan opbrengst. De herfst is guur. De natuur neemt al afscheid van ‘overbodige’ elementen, terwijl er gestreden wordt over de verdeling van de laatste opbrengsten, waarmee de winter overleefd kan worden. Onze culturele seizoenscyclus houdt dezelfde volgorde aan, alleen duren de seizoenen langer, geen drie maanden maar zo rond de vijf jaar.
De in de eerste alinea genoemde voorbeelden geven al aan dat we ons momenteel al een tijdje in een winterperiode bevinden. We zoeken naar de wortels van onze cultuur en halen vol nostalgie grote gemene delers uit het verleden terug. In de reclame worden bijvoorbeeld oude succescampagnes, na jaren van afwezigheid, opnieuw van stal gehaald (Martine Bijl, Cora van Mora).
Na een paar jaar van winter en dus reflectie, breekt echter steevast weer een lenteperiode aan, waarin maatschappelijke verhoudingen op de schop gaan en vele nieuwe initiatieven uitbotten. Mensen hebben nu eenmaal de onstuitbare drang om zich te ontwikkelen, zeker wanneer de vernieuwing een tijdje in de pauze-stand heeft gestaan. We kunnen dus over een paar jaar een nieuwe lente verwachten, vergelijkbaar met de jaren vanaf 1966 (acties van Provo, opkomst van rockmuziek en experimenten met drugs) en het begin van de jaren negentig, waarin allerlei subculturen zijn ontstaan, met nieuwe activiteiten en leefstijlen.
In de zomer van de cyclus spelen individualisering en persoonlijke vrijheid een maatschappelijke hoofdrol. Iedereen wil meegenieten van de zomerse vrijheid en overvloed, eist zijn persoonlijke ruimte op. Vanuit onze huidige, winterse blik veroordelen we keihard de lankmoedige opstelling ten aanzien van pedofilie die begin jaren zeventig heel salonf√§hig was en verwijzen we de multiculturele samenleving die zich in deze ‘zomerse’ tijdgeest ontwikkelde naar de vuilnisbelt. Destijds werden ze echter gezien als een noodzakelijke consequentie van het recht van ieder individu op maatschappelijke vrijheid. Ook in de tweede helft van de jaren negentig gaan we door een zomerperiode heen en voert het recht op persoonlijke vrijheid de lijst van maatschappelijke onderwerpen aan.
Uiteindelijk is de consequentie van alle extra ruimte die individuen en groepen gedurende de zomerperiode van de cultuurcyclus opeisen, dat mensen elkaar steeds meer in de weg staan. De strijd die dit oplevert betekent het begin van de herfstperiode, waarin de behoefte toeneemt om van bepaalde vrijheden afscheid te nemen (“regels zijn regels”), terwijl kleine groepen proberen nog zoveel mogelijk binnen te harken (opportunisme, ‘exhibitionistische zelfverrijking’). De bijbehorende botsingen leiden, zoals al gezegd tot onrust en polarisatie. Zowel rondom 1980 als aan het begin van onze huidige eeuw domineert een dergelijke herfstperiode de tijdgeest.
De seizoenscyclus van de tijdgeest zet veel ontwikkelingen binnen de politiek in een nieuw perspectief. Verleden jaar verloor de PvdA de verkiezingen, nadat Wouter Bos door het CDA als ‘draaikont’ werd neergezet. Een effectieve verkiezingsstrategie tijdens een winterse tijdgeest waarin men vooral op zoek is naar eenduidige ankers: veel twijfelende kiezers kozen op het laatste moment voor de meer rechtlijnige Balkenende, of voor de nog strakkere Marijnissen. Een jaar later herkent de PvdA ook de ‘winter’: Wouter Bos vertelt in Vrij Nederland dat zijn partij weer meer gaat ‘moraliseren’ en afgelopen zaterdag kopt de Volkskrant: ‘strakke regie moet PvdA smoel geven’. Sommige analisten denken al dat Bos de volgende verkiezingen niet meer gaat halen. De vraag is of de partij daarmee niet opnieuw net naast de tijdgeest zal gaan handelen.
We houden ons nu nog even bezig met het verleden en duidelijke normen en waarden, maar het wordt vanzelf lente. Binnen de SP wordt al aan de ketenen gerammeld. Het horror-scenario voor de PvdA is om volgende verkiezingen in te gaan met Pronk als streng-moraliserende partijpaus, terwijl de kiezer ondertussen al de lente in zijn hoofd heeft. Ook in de politiek mag over een paar jaar waarschijnlijk best weer een beetje gedraaid worden, waarbij het ‘kontje van Bos’ ineens toch een aantrekkelijk perspectief kan zijn.

No comments: